Historie

 
Van de Lodewijkskerk naar de huidige kerk
 
Oudere inwoners van Rucphen en daarbuiten zullen zich nog het vorige kerkgebouw herinneren. Deze zogenaamde Lodewijkskerk werd in 1809 door pastoor J. Dam gebouwd, zo genoemd om dat koning Lodewijk een subsidie gaf voor de bouw. Het was een fraai kerkje met het interieur van de barokstijl.
 
 

De Lodewijkskerk werd afgebroken toen in 1933 de huidige St. Martinuskerk was gereed gekomen. De vorige kerk heeft er dus 124 jaren gestaan. Voor de huidige St. Martinuskerk werd de eerste steen gelegd door de toenmalige bouwpastoor Jos van Gastel.

De kerk werd ingezegend op 18 juli 1933.

Op het priesterkoor treft u in de muur, links voor het hoofdaltaar, de gedenksteen aan.


De ontwerper van het gebouw was architect Berben. De kerk is gebouwd door de Gebr. Dekkers uit Roosendaal.

Berben ontwierp een kerkgebouw zonder zuilen. De kerk heeft daarom een ingewikkelde en monumentale kapconstructie.Een pluspunt dus, waarmee de bezoekers een goed zicht hebben op het priesterkoor.  Ander voordeel van deze kerk is dat zij in lengte en breedte even groot is.


Het achterschip van de kerk werd tijdens de oorlog in 1944 verwoest. In het jaar 1947 is men begonnen met het herstel.


De toren werd toren in fasen


De oorspronkelijke toren van de kerk was een vrij hoog bouwwerk en voorzien van een kleine spits. Hij werd tijdens de oorlog in 1944 door de vijand opgeblazen.

 
 

Het uurwerk op die toren was mechanisch, met zware gewichten eronder. Eén keer per week moest dat worden opgewonden.

Jammer genoeg is er na de verwoesting niets van overgebleven. Drie jaren ná het herstel van de verwoeste kerk is in 1950 de toren gereed gekomen. Aanvankelijk nog tot een beperkte hoogte en met een schuin afgewerkt dakje, zonder kruis en weerhaan erop.

In het jaar 1960 werd de afbouw gerealiseerd. Bij het optrekken van de toren moesten ook de in 1950 nieuw aangebrachte luidklokken hoger in de toren geplaatst worden.

De elektrische uurwerken met moederklok, gevoed door zwakstroom, moesten ingeruild worden tegen nieuwe, storingvrije, met krachtstroom gevoede uurwerken.



Luidklokken met een opdracht


Op een hoogte van 20 meter hangen 3 klokken in de toren:

1. de grootste weegt          410 kg.

2. de middelste weegt        290 kg.

3. de kleinste weegt           205 kg.

 
 

Volgens kerkelijk gebruik heeft iedere klok bij het gieten een tekst meegekregen.

De teksten luiden vertaald:

Op klok 1:  Stem, klok Maria,   Ik roep de levenden, Ik beween met eerbied

de doden, Ik meld de heilige diensten aan het volk. 1950

 
 

Op klok 2:  Henricus, opdat je kunt luiden, heeft de toneelvereniging        "Levensspiegel” met voorstellingen het geld in onze parochie bijeengebracht. 1950.

 

Op klok 3:        Martinus, laat het rijke geloofsleven van u doorklinken over Rucphen, uw parochie. 1950.
 

Vroeger hing in het torentje van het zusterklooster (dat stond op de plaats waar nu de St. Martinusschool staat) een klokje, het woog 53 kg. 

Dit klokje droeg de mooie tekst: 

                 Weer zing ik nu vrij, 

                 over Rucphen’s hei; 

                 Gods lof zo schoon, 

                 van Carmel’s Woon. 

Het kloostergebouw is midden de jaren 60 afgebroken en het klokje is verdwenen.
 

Veertig jaren geleden was de parochie nog in het bezit van een vijfde klokje. Het had een doorsnee van 300 mm. En een gewicht van 60 kg. "Elevatieklokje” werd het genoemd, wat betekent: de opheffing van de geconsacreerde gaven van brood en wijn.
 

Net als alle andere klokken werd dat op bevel van de Duitsers tijdens de oorlog gevorderd. Het elevatieklokje had een plaats in het kleine torentje boven het priesterkoor. De plaats waar het hing is vanuit de toren goed te zien. Het klokje moest vanachter het hoogaltaar met een touw geluid worden. In de jaren 50 is een nieuw luidklokje aangebracht. Na enige jaren daar gehangen te hebben is het klokkenstoeltje doorgeroest, wat tot gevolg had dat het klokje met stoeltje en al uit het torentje is gevallen. 

Het werd door zijn val beschadigd, maar gelukkig niet onherstelbaar. In het jaar 2006 heeft men het weer een functie gegeven.. Het hangt nu in de kerk zelf en fungeert als aanvangsaanduiding van de vieringen.


  

Het orgel van de St. Martinuskerk


Het orgel dat in 1933 in de nieuwe kerk werd geplaatst is tijdens de oorlog in het jaar 1944 verloren gegaan. Op een paar onderdelen na werd het bij het opblazen van de toren onherstelbaar beschadigd. Tot 23 december 1951 zou het duren voordat pastoor H. van der Heijden het huidige orgel kon inzegenen. 

In de tussenliggende jaren werd een harmonium gebruikt.

 

Het huidige orgel heeft 2 klavieren, pedaal, 24 houten subbassen en telt 882 pijpen.  

Het werd gebouwd door J.H. Vermeulen te Alkmaar.
 

In het jaar 1986 is het orgel van de zangzolder gehaald en rechts voor in de kerk geplaatst.

   

Godslamp en Tabernakel


Op het priesterkoor brandt een vlam, waker van Gods huis, eeuwig licht.  

Het geeft aan dat geconsacreerde gaven, die van de eucharistieviering zijn overgebleven, worden bewaard. Het licht is tegelijk teken van de presentie van Christus als gave voor de gelovigen. 

Vlakbij de godslamp is het tabernakel.  

Het is de naam waaronder het draagbare heiligdom van Israël tijdens de tocht door de woestijn bekend is geworden.

De in de vorm van een huisje opgebouwde bewaarplaats diende tot in de 16e eeuw voor de bewaring van geconsacreerde hosties voor zieken.  

Later diende het eveneens voor de resterende, tijdens de H. Mis geconsacreerde hosties.   
 

Boven het tabernakel is de kroon te zien waaronder tijdens de sacramentsdagen de monstrans werd geplaatst met uitstalling van het Allerheiligste. Het gebruik de hostie in een monstrans te tonen, ontstond na de instelling van het feest van het H. Sacrament (op de donderdag na de eerste zondag na Pinksteren) in 1264 door paus Urbanus IV. 

Na het tweede Vaticaanse Concilie is het gebruik in verval geraakt.

   

Mariakapel


De huidige Mariakapel, achter in de kerk, was oorspronkelijk een kapel toegewijd aan de H. Blasius. In maart 1952 besloot het kerkbestuur de vrijkomende ruimte in te richten voor een bidplaats ter ere van Maria Goretti. Daar staat ook een beeltenis van de heilige die op zeer jeugdige leeftijd als maagd is vermoord. Op het altaartje staat een icoon van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand.  

In latere jaren zijn de glas-in-loodramen vervangen om de lichtinval aan te passen.
 

Sinds 2006 doet deze ruimte ook dienst als mortuarium, waarin afscheid kan worden genomen van een dierbare.

 


Wetenswaardigheden over beelden, enz.
 

 

 

Martinus, patroon van onze kerk


Boven het rechter zijaltaar op het priesterkoor is, boven het altaar van het

H. Hart, het schilderij te zien van de H. Martinus, patroon van deze kerk.

Zijn feestdag is op 11 november. Hoe oud het schilderij is, is niet bekend. Archiefgegevens wijzen erop dat het aan het eind van de 17e eeuw is geschilderd. De schilder ervan is eveneens onbekend. In de vorige kerk had het schilderij een plaats achter het hoogaltaar. De schildering is met olieverf aangebracht op linnen.

 

 
 

 

De kerk toegewijd aan de verering van de H. Blasius


Het uiterst linkse altaar, beneden in de kerk, is toegewijd aan de H. Blasius. In 1938 werd ter zijner ere het zijaltaar ingericht met erboven een muurschildering. Ook werd het uit 1928 daterende beeld van de H. Blasius erop geplaatst.

 

 
 

Het fraaie beeld van de H. Blasius moet welhaast een blikvanger zijn voor iedere kerkbezoeker.

Blasius’ feestdag is op 3 februari. Hij is in het jaar 316 gemarteld. Sedert de negende eeuw wordt hij beschouwd als de beschermheilige tegen keelpijn.

 

De muurschilderingen

 
 

De muurschilderingen zijn een geschenk van de parochie b.g.v. de jubilerende pastoor Jos van Gastel. Zij zijn in het jaar 1936 aangebracht door de kunstschilder J. Collet uit Nijmegen.

 

Midden boven het hoogaltaar is een voorstelling van het laatste avondmaal aangebracht. Achter het hoogaltaar een schildering van Het Lam Gods.

Boven het altaar van de H. Blasius is de zegening in beeld gebracht van een kind. Verder is rechts op het priesterkoor het pinksterfeest uitgebeeld in een opstijgende

duif. Links op het priesterkoor is een symbolische voorstelling van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging.

 

Veertien kruisweg schilderijen

 
 

Hoe vaak zullen bezoekers aan de St. Martinuskerk zich hebben afgevraagd wat de bedoeling geweest moet zijn van

20 uitsparingen in de muren terwijl er 14 kruiswegschilderijen zijn. De schilderijen, eikenhouten lijst en geschilderd op koper- plaat, zijn uit de vorige kerk. Met de bouw van de huidige kerk hoopte men een geheel nieuwe kruisweg aan te brengen.

Geldgebrek zal waarschijnlijk de reden zijn geweest dat men niet zover is gekomen.

 

Wandkleed

 
 

Bij gelegenheid van het bisdomjubileum ‘150-jaar bisdom Breda’ vroeg onze bisschop, mgr. Tiny Muskens, aan de parochies een geloofsdoek te maken. Onze parochie is daar op ingegaan. Zes dames uit onze parochie hebben het thema ‘Samen kerk in geloof, hoop en liefde’ ontworpen en daarbij hun handvaardigheid getoond.

Hun namen staan geborduurd onderaan in het doek.

Dit doek beeld het geloofsleven van de parochie uit.

Centraal staat de levensboom. Links de sacramenten waar ons geloof op steunt en rechts is de verbondenheid met de kerk in beeld gebracht.

Toen het doek in 2003 gereed was, kwam onze bisschop persoonlijk kijken. Hij was onder de indruk en feliciteerde onze parochie met de aanwinst.

 

H. Aloysius

 
 

In de voorkant van de voormalige preekstoel is een beeld ingemetseld van de H. Aloysius. Dit beeld komt van de vroegere Aloysius school, de lagere school voor jongens in Rucphen, die aan de Raadhuisstraat lag, recht tegenover de kerk en de pastorie.

 Aloysius is, vanwege zijn onschuld en bescherming, de patroon van de kinderen en de jeugd.

Bij de inrichting van de doopruimte kreeg hij een plaatsje vlakbij de ruimte waar kinderen (en volwassenen) worden opgenomen in de geloofsgemeenschap. Zo dicht bij de doophoek, speelt de H. Aloysius weer opnieuw een rol van betekenis binnen onze parochie.

 

H. Antonius van Padua

 
 

Zijn wereldse naam is Fernando Martin de Bulhom. Geboren te Lissabon in 1195 en overleden te Arcella bij Padua op 12 juni 1231. Hij werd geboren uit Portugese ouders die tot de lagere adel behoorden. In 1222 werd hij priester gewijd en men ontdekte zijn grote gave als prediker.

In de beeldende kunst wordt Antonius voorgesteld in Franciscaans habijt, hier in zijn hand een lelie, symbool van zuiverheid, en met het Kind Jezus op zijn arm. Hij geldt als de patroon van verloren zaken.

 

Pastoor van Ars

 
 

Zijn naam is Jean-Baptiste Marie Vianney. Hij is geboren bij Lyon op 8 mei 1786 en overleden op 4 augustus 1859.

Hij is een Frans’ heilige, was het vierde kind uit een eenvoudig boerengezin. Hij begon op 19-jarige leeftijd aan een opleiding voor het priesterschap en werd na veel moeilijkheden

o.m. wegens geringe studiecapaciteiten tenslotte op 13 augustus 1815 tot priester gewijd.

Na drie jaren kapelaan te zijn geweest werd hij tot pastoor aangesteld in het afgelegen dorpje Ars.                                        

Hier wist hij de parochiegemeenschap te bezielen met godsdienstige ijver en ondanks allerlei tegenwerking, ook van confraters, weldra zulk een faam en invloed kreeg dat

de mensen van heinde en ver in steeds groter getale naar Ars kwamen. Tot zeventien uren per dag wijdde hij soms aan het biecht horen en beoefende daarnaast de strengste ascese. (Ascese is de zelftucht die de mens zich kan opleggen teneinde zijn hartstochten en begeerten te beteugelen en zodoende een

vrij en doelgericht leven te leiden.)

Zijn leven in Ars kenmerkte zich door wonderlijke gebeurtenissen (genezingen, gebedsverhoringen, voorspellingen, e.d.) en ook spectaculaire voorvallen waarin men aanvallen zag van de duivel op zijn werk en op zijn persoon.

Hij is in 1929 door Pius XI uitgeroepen tot patroon van de zielzorgers. Zijn feestdag is op 4 augustus.

 

H. Theresia van Lisieux

Een beeltenis van haar staat in de voormalige doopkapel. Ze leefde van 1873 tot 1897.

Deze Franse heilige trad met speciale toestemming van paus Leo XIII op vijftien- jarige leeftijd in bij de Ongeschoeide Karmelietessen te Lisieux, waar twee van haar zusters reeds eerder waren ingetreden.

Zij stierf, 24 jaar oud, aan tuberculose.

Zij werd door Pius XI heilig verklaard in 1925 en in 1927 uitgeroepen tot patrones van alle katholieke missies.

Haar feestdag is op 3 oktober.

 

H. Jozef   

 

In en andere hoek van dezelfde kapel is het beeld van de H. Jozef te vinden.

Hij is de man van Maria en de vader van Jezus. Hij was timmerman in Nazaret.

De verering van Jozef is pas laat opgekomen. In 1479 werd zijn feest ingevoerd in de Romeinse kalender, 19 maart. Paus Pius XI riep hem op 8 december 1870 uit tot beschermer van de gehele kerk.

Pius XII voerde in 1955 het feest van Jozef de Werkman in, gevierd op1 mei.

In de beeldende kunst wordt Jozef afgebeeld met een winkelhaak of een bloeiende staf.

 

De Onbevlekte Ontvangenis

  

Beeltenis van de Onbevlekte Ontvangenis, benaming voor het door de Rooms-Katholieke Kerk aan Maria toegekende privilege, reeds bij het eerste moment van haar ontvangenis in de moederschoot door bijzondere goddelijke begenadiging gevrijwaard te zijn van alle besmetting met de erfzonde.

In de rooms-katholieke liturgie wordt het feest van Maria’s onbevlekte ontvangenis gevierd op 8 december, negen maanden voor dat van Maria’s geboorte.

 

Een missiekruisbeeld om u te vergezellen

   

Vóórdat u de kerk langs de hoofduitgang verlaat, treft u achter in het portaal het missiekruis aan. Het is op 21 februari 1865 eigendom geworden van de parochie.

Het had dus al een plaats in de vorige kerk.

Tot aan het Tweede Vaticaanse Concilie hing het kruis aan lange kettingen, midden voor het priesterkoor.